Hoe herken je goede wietzaden?

Hoe herken je goede wietzaden?

Elk zaadje ziet er op het eerste gezicht hetzelfde uit: klein, rond en bruin. Toch zie je met een beetje oefening snel het verschil tussen een rijp, gezond zaadje en een exemplaar met weinig kans. Waar let je op?

Kleur en tekening

Een rijp zaadje is meestal donkerbruin, grijsbruin of zelfs bijna zwart, vaak met een gemarmerde tekening of ’tijgerstrepen’. Die tekening is een teken dat de schil volledig is uitgehard. Bleke, groene of witte zaadjes zijn vaak niet rijp geoogst. Ze hebben nog geen volledige voedselvoorraad en ontkiemen minder vaak.

Hardheid

Een gezond zaadje is stevig. Knijp je er voorzichtig in tussen duim en wijsvinger, dan geeft het niet mee. Een zaadje dat makkelijk indeukt of breekt, is vaak leeg of beschadigd. Wees wel voorzichtig: druk niet zo hard dat je een goed zaadje beschadigt.

Vorm en schil

Een goed zaadje is mooi traanvormig of ovaal, met een gave schil zonder scheurtjes. Een klein naadje over de lengte is normaal: daar opent het zaadje later bij het ontkiemen. Haarscheurtjes of gaatjes zijn een slecht teken.

Versheid en bewaring

Ook een perfect zaadje verliest kiemkracht als het verkeerd bewaard wordt. Warmte, vocht en licht zijn de grootste boosdoeners. Lees daarover meer in onze bewaargids.

De drijftest: een mythe?

Je leest soms dat goede zaden zinken en slechte blijven drijven. Dat klopt maar gedeeltelijk: ook goede zaden blijven vaak eerst drijven tot ze vocht hebben opgenomen. De drijftest is dus geen betrouwbare kwaliteitstest.

Kwaliteit begint bij genetica

Uiteindelijk zegt het uiterlijk niet alles. Stabiele genetica van een betrouwbare veredelaar is minstens zo belangrijk. Daarom vermelden we bij onze strains de afkomst en het type, zodat je weet wat je koopt.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *