Strain-genetica uitgelegd: van kruising tot fenotype
Achter elke strainnaam zit een stamboom. Runtz komt van Gelato en Zkittlez, Do Si Dos x Zkittlez draagt zijn ouders zelfs in de naam, en klassiekers zoals Northern Light en Skunk staan aan de basis van talloze moderne strains. Hoe werkt dat eigenlijk?
Kruisen: twee ouders, nieuwe combinaties
Een veredelaar bestuift een vrouwelijke plant met het stuifmeel van een mannelijke plant. De zaden die daaruit ontstaan, dragen eigenschappen van beide ouders. Zo ontstaat een nieuwe kruising, vaak geschreven als ouder A x ouder B, zoals Do Si Dos x Zkittlez.
F1, F2 en verder
- F1: de eerste generatie uit twee verschillende, stabiele ouders. F1-planten lijken vaak sterk op elkaar en groeien krachtig.
- F2 en verder: volgende generaties uit F1-planten. Daarin komen eigenschappen in meer verschillende combinaties terug.
- IBL (inbred line): een lijn die vele generaties lang met zichzelf is gekruist, tot de eigenschappen stabiel zijn.
Genotype en fenotype
Het genotype is de genetische code van een plant. Het fenotype is wat je ziet: vorm, kleur, geur, bloeitijd. Twee zaadjes van dezelfde strain hebben vergelijkbare, maar niet altijd identieke genen. Daardoor kunnen planten uit dezelfde verpakking iets van elkaar verschillen. Veredelaars noemen dat de fenotypische variatie.
Waarom stabiliteit belangrijk is
Een stabiele strain geeft planten die op elkaar lijken. Dat is waar je als liefhebber op wilt kunnen rekenen. Goede veredelaars selecteren daarom generatie na generatie de beste planten, tot een strain betrouwbaar dezelfde kenmerken laat zien.
Feminiseren en autoflowers
Gefeminiseerde zaden en autoflowers zijn ook resultaten van veredeling. Hoe die werken, lees je in gefeminiseerd of autoflower: wat is het verschil?
